ABRvS, 25 september 2013. Kan degene die om handhaving heeft verzocht ook als belanghebbende worden aangemerkt bij een besluit omtrent invordering?
Artikel 5:37 lid 2 Awb bepaalt dat een bestuursorgaan een beslissing moet nemen omtrent de invordering van verbeurde dwangsommen als een belanghebbende daarom verzoekt. In de memorie van toelichting op de vierde tranche wordt vermeld dat daarbij ten eerste moet worden gedacht aan degene die om de oplegging van een last onder dwangsom heeft verzocht. De vraag rijst echter of degene die om oplegging van een last onder dwangsom heeft verzocht ook als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 1 Awb kan worden aangemerkt bij een beslissing omtrent de invordering van verbeurde dwangsommen. Een omwonende die geluidsoverlast ondervindt van een nabij gelegen café zal een rechtstreeks belang hebben bij het beëindigen van een overtreding van de geluidvoorschriften van het Activiteitenbesluit. Maar welk rechtstreeks belang heeft hij bij de invordering van eventueel verbeurde dwangsommen?
Lagere rechters gingen hier verschillend mee om. Zo oordeelde de voorzieningenrechter van de Rechtbank Breda op 2 augustus 2012 (niet gepubliceerd) dat de invordering van verbeurde dwangsommen louter een financieel belang betrof en dat belang degene die om handhaving had verzocht niet raakte. Een andere voorzieningenrechter van dezelfde rechtbank oordeelde op 6 december 2012 dat degene die belanghebbende is bij het verzoek tot handhaving ook belanghebbende is bij een verzoek tot invordering.
De Afdeling heeft nu gesproken. De Afdeling overweegt dat degene die als belanghebbende kan worden aangemerkt bij een besluit omtrent handhaving ook als belanghebbende kan worden aangemerkt bij een besluit omtrent invordering. Dat geldt ook, zo overweegt de Afdeling, als ten aanzien van een besluit omtrent invordering dat niet op verzoek, maar ambtshalve door het bestuursorgaan is genomen.
ECLI:NL:RVS:2013:1268
Dit is een blog van Jaap IJdema van Adriaanse van der Weel Advocaten over uitspraken op het gebied van herstelsanctiebesluiten.
Posts tonen met het label 5:37 lid 2. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 5:37 lid 2. Alle posts tonen
dinsdag 8 oktober 2013
woensdag 6 februari 2013
Wie is belanghebbende bij een beschikking omtrent invordering?
Vzgr. Rechtbank Breda, 6 december 2012. Artikel 5:37 lid 2 Awb bepaalt dat een bestuursorgaan een beschikking omtrent de invordering geeft, indien een belanghebbende daarom verzoekt. De vraag waarvoor de voorzieningenrechter van de Rechtbank Breda zich gesteld zag is of degene die om handhaving had verzocht als belanghebbende was aan te merken bij een beschikking omtrent de invordering.
Eerder had een andere voorzieningenrechter van dezelfde rechtbank in een niet gepubliceerde uitspraak van 18 juli 2012 geoordeeld dat degene die om handhaving had verzocht niet als belanghebbende bij een invorderingsbeschikking kon worden aangemerkt. Volgens deze voorzieningenrechter was bij de invorderingsbeschikking slechts een financieel belang gemoeid en werd het belang van degene die om handhaving had verzocht hierdoor niet (rechtstreeks) geraakt.
In de uitspraak van 6 december 2012 oordeelt de voorzieningenrechter anders.
De voorzieningenrechter baseert zijn oordeel dat degene die om handhaving had verzocht als belanghebbende bij de invorderingsbeschikking kan worden aangemerkt op de bedoeling van de wetgever. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever met artikel 5:37 lid 2 Awb eerst en vooral het oog heeft gehad op degene die om handhaving had verzocht. Dat in dit geval het bestuursorgaan ambtshalve had besloten om tot invordering over te gaan, maakt dit niet anders volgens de voorzieningenrechter.
Het klopt dat het de bedoeling van de wetgever was dat degene die om handhaving heeft verzocht het bestuursorgaan kon verzoeken om tot invordering van de verbeurde dwangsom over te gaan. De wetgever heeft er echter voor gekozen om diegene niet expliciet te noemen in artikel 5:37 lid 2 Awb, maar om de term 'belanghebbende' te hanteren. Vergelijk in dit geval artikel 5:31a lid 1 Awb dat bepaalt dat de aanvrager van een last onder bestuursdwang, dan wel een andere belanghebbende kunnen verzoeken om bestuursdwang toe te passen. De voorzieningenrechter zal gewoon de wet moeten toepassen en moeten beoordelen of het belang van degene die om handhaving heeft verzocht rechtstreeks wordt geraakt door een beslissing omtrent invordering van een verbeurde dwangsom. Dat waag ik te betwijfelen.
LJN: BY5330
Eerder had een andere voorzieningenrechter van dezelfde rechtbank in een niet gepubliceerde uitspraak van 18 juli 2012 geoordeeld dat degene die om handhaving had verzocht niet als belanghebbende bij een invorderingsbeschikking kon worden aangemerkt. Volgens deze voorzieningenrechter was bij de invorderingsbeschikking slechts een financieel belang gemoeid en werd het belang van degene die om handhaving had verzocht hierdoor niet (rechtstreeks) geraakt.
In de uitspraak van 6 december 2012 oordeelt de voorzieningenrechter anders.
De voorzieningenrechter baseert zijn oordeel dat degene die om handhaving had verzocht als belanghebbende bij de invorderingsbeschikking kan worden aangemerkt op de bedoeling van de wetgever. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wetgever met artikel 5:37 lid 2 Awb eerst en vooral het oog heeft gehad op degene die om handhaving had verzocht. Dat in dit geval het bestuursorgaan ambtshalve had besloten om tot invordering over te gaan, maakt dit niet anders volgens de voorzieningenrechter.
Het klopt dat het de bedoeling van de wetgever was dat degene die om handhaving heeft verzocht het bestuursorgaan kon verzoeken om tot invordering van de verbeurde dwangsom over te gaan. De wetgever heeft er echter voor gekozen om diegene niet expliciet te noemen in artikel 5:37 lid 2 Awb, maar om de term 'belanghebbende' te hanteren. Vergelijk in dit geval artikel 5:31a lid 1 Awb dat bepaalt dat de aanvrager van een last onder bestuursdwang, dan wel een andere belanghebbende kunnen verzoeken om bestuursdwang toe te passen. De voorzieningenrechter zal gewoon de wet moeten toepassen en moeten beoordelen of het belang van degene die om handhaving heeft verzocht rechtstreeks wordt geraakt door een beslissing omtrent invordering van een verbeurde dwangsom. Dat waag ik te betwijfelen.
LJN: BY5330
donderdag 13 december 2012
Staat betalingsonmacht aan invordering in de weg?
ABRvS, 12 december 2012. De Afdeling heeft eerder aangegeven dat verbeurde dwangsommen in beginsel moeten worden ingevorderd, tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen. Voor zover mij bekend heeft de Afdeling nog geen uitspraak gedaan waarin een beroep op de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid is aanvaard. Desalniettemin lijkt de Afdeling in deze uitspraak niet uit te sluiten dat betalingsonmacht een bijzondere omstandigheid kan opleveren.
De overtreder had in deze zaak aangevoerd dat invordering van de door hem verbeurde dwangsommen zou leiden tot zijn faillissement. De Afdeling oordeelt dat de overtreder dat onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Dat wekt de indruk dat de Afdeling het een relevant argument vindt.
LJN: BY5864
De overtreder had in deze zaak aangevoerd dat invordering van de door hem verbeurde dwangsommen zou leiden tot zijn faillissement. De Afdeling oordeelt dat de overtreder dat onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt. Dat wekt de indruk dat de Afdeling het een relevant argument vindt.
LJN: BY5864
Abonneren op:
Posts (Atom)